De kogel in de muur van de kerk te Broekhuizen 2 maart 1793

De tegenwoordige gemeente Broekhuizen, in die tijd drie gemeenten, behoorde tot het Pruisisch Overkwartier van Gelder.
Begin 1793 lag te Broekhuizen een compagnie Franse soldaten. Op een van de uiterwaarden hadden ze een stuk geschut opgesteld dat gericht was op Arcen. De inwoners van Broekhuizen, die helemaal niet gesteld waren op de Franse gasten, moesten toezien hoe de hongerige en slecht geklede soldaten het er goed van namen. Hammen, worsten, bier, wijn, dekens, schoenen, alles moest door de bewoners van Broekhuizen "vrijwillig" worden afgestaan aan de "bevrijders". De Broekhuizenaren konden de gemaakte onkosten bij hun gemeente in rekening brengen. Dat de kosten ver uit gingen boven wat kon worden opgebracht, blijkt uit de leningen die moesten worden gesloten. In enkele maanden tijd maakten de bestuurders van het dorp Broekhuizen een schuld van meer dan 4000 gulden om aan de onuitputtelijke eisen van de Fransen te voldoen.
De beschietingen bleven echter voortduren.

De inwoners zochten toevlucht in de kerk waar de pastoor een godsdienstoefening hield. Plotseling sloeg een kogel door een van de ramen van de kerk en verbrijzelde de arm van een van de beelden. De kerkgangers sloegen verschrikt op de vlucht.
Deze kogel is nog te zien in de oostgevel van de kerk, ongeveer vier meter boven de begane grond en zes meter boven de daaronder gelegen weg.
Na enige tijd droop de beetgenomen tegenstander af. De winnaars vierden uitbundig feest. De kosten moesten "natuurlijk" door de Broekhuizenaren worden betaald.
Deze "overwinning" heeft niet kunnen voorkomen dat de Fransen op 18 maart 1793 bij Neerwinden in België zo'n gevoelige nederlaag leden dat ze zich uit alle bezette gebieden moesten terugtrekken. In 1794 zouden ze voor langere tijd terugkeren.